met de
   
kracht  
  van de natuur  

 

 

Collegiale Toetsing

Controle is goed, vertrouwen is beter!

Jan Diek van Mansvelt
In de tachtiger jaren was Jan Diek bijzonder hoogleraar biologische landbouw aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen. Altijd is hij een groot voorvechter geweest van de biologische landbouw en wel met name de biodynamische landbouw. Van 1996 tot 2002 was hij dan ook voorzitter van de BD-Vereniging.

De ideeën van Jan Diek zijn altijd wars geweest van bestaande conventies. Ook binnen de BD-Vereniging. Zo was Jan Diek zijn tijd vooruit met ideeën over een puntensysteem voor het toekennen van het Demeter-certificaat.

Puntensysteem
Biodynamische landbouw gaat op vele punten verder dan biologische landbouw. Toch worden Demeter-certificaten toegekend op basis van de minimaal te halen Demeter-normen. Op dezelfde manier als dat gaat in de biologische sector. Er moeten namelijk garanties kunnen worden gegeven aan consumenten dat aan de gestelde eisen is voldaan.
Veel biologische en biodynamische boeren merken dat de algemene biologische praktijk door de gedetailleerde normen en door economische druk opschuift naar de minimale norm. Wie geeft er nu ruimte aan natuur op zijn bedrijf. Dan ben je toch een dief van je eigen portemonnee? Toch? Dat kost immers productie.

Maar wat gebeurt er dan met alle richtlijnen en aanbevelingen in de bd-landbouw? Wordt daar dan niets mee gedaan? Voor de bd-boeren zelf zijn dat vaak net de punten die het bd-boeren zo interessant maken. Wat is belangrijker bij het preparaatgebruik: Je eigen persoonlijke verbinding met de preparaten of de vraag of elk perceel wel helemaal is bespoten?
Door houtwallen aan te leggen, paddepoelen te graven en inheemse bomen aan te planten vergroot je de eigen identiteit van je bedrijf. Hoe kun je dergelijke keuzes en ontwikkelingen mee laten wegen in de Demeter-certificering?

Collegiale Toetsing
Van 1999 tot en met nu is het systeem van de Demeter-certificering gegroeid en steeds verder verbeterd. Het voldoet aan de eisen van Demeter Internationaal. Nu is er ruimte voor vernieuwing, zoals dat hoort bij bd-landbouw.
Sinds 2005 wordt door Stichting Demeter geëxperimenteerd met de Mansveltscore. Elke boer kijkt terug op het afgelopen teeltseizoen aan de hand van de Demeter-richtlijnen. Op dit moment geeft de boer zichzelf punten. En dat is nog niet eens zo eenvoudig. Want de meeste bd-boeren leggen de lat voor zichzelf erg hoog. Heb ik er wel alles aan gedaan wat mogelijk was?
Sommige boeren vullen de score in met een aantal klanten. Of met medewerkers of stagiaires, of met leerlingen van Warmonderhof.
In 2007 en 2008 kunnen boeren de Mansveltscore bespreken met twee collega bd-boeren in de vorm van een Mansveltgesprek. Je moet naar collega's verantwoorden waarom je jezelf die hoge, of juist die lage punten hebt gegeven. En die collega's kennen de praktijk als geen ander. Zowel de knelpunten, als de mogelijkheden. En dat praat toch anders dan met een professionele controleur. Collegiale toetsing heet dat nu. In 2010 heeft de helft van alle Demeter-boeren meegedaan met deze gesprekken.

Voor 2011 wordt het systeem verder uitgewerkt. Het enthousiasme onder de deelnemers is groot. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van het instrument als basis voor certificering. De bedrijfsontwikkeling gebeurt op basis van vrije keuzes door de boer. Maar de systematiek dient te garanderen dat de voornemens worden gerealiseerd. De boer bepaalt zeg maar wat er gebeurt en Stichting Demeter garandeert dat het gebeurt. Dynamiek in de biodynamische landbouw.

Visie
Stichting Demeter wil onderzoeken of de Collegiale Toetsing niet belangrijker kan worden bij het toekennen van de Demeter-certificaten. De basis zou kunnen worden gevormd door een professionele controle op harde normen. Koeien hebben horens. Er wordt biologische mest gebruikt en 100% biologisch voer. Wie niet voldoet kan niet Demeter zijn.
En dan een jaarlijks kiezen van verbeteracties. Door de boer zelf, op basis van een gesprek met twee collega's. Deze verbeteracties, waarbij elke boer zijn eigen prioriteiten kan vaststellen en de eigen accenten kan geven vormen de basis voor toekenning van het certificaat. Het jaar erop wordt gecontroleerd of ze daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
Deze scores en verbeteracties kunnen te zijner tijd op de website van Stichting Demeter gepubliceerd gaan worden.

Nederland voert een actieve lobby om voro dit vernieuwende systeem draagvlak te krijgen in internationaal verband. Het Demeter-keurmerk wordt immers wereldwijd gevoerd. Inmiddels zijn er vergelijkbare initiatieven in Duitsland, Zwitserland en Luxemburg.

De formulieren voor de Collegiale Toetsing, een toelichting op de formulieren en een toelichting op de gesprekken zijn te vinden op de downloadpagina.

copyright © Stichting Demeter, Driebergen - disclaimer