Babyvoeding: levensenergie in een potje

Aan de productie van babyvoeding worden strenge eisen gesteld. Demeter-boeren en fruittelers hebben niet zo’n moeite om aan deze eisen te voldoen. Hun gewassen en percelen zijn schoon en scoren goed Tom Saat runt samen met zijn vrouw Tineke De Stadsboerderij, een gemengd biodynamisch bedrijf.

Op 40 van hun 120 hectare akkerland verbouwen ze doperwten, sperziebonen, bloemkool, broccoli, pompoenen en wortels voor babyvoeding. Hier lees je waarom babyvoedingproducent Joannusmolen er alles aan doet om de levenskracht uit hun producten tijdens de verwerking te behouden.

Stadsboerderij Almere

Bij de Stadsboerderij in Almere hangt de zoete geur van pompoenen over het erf. Het is oogsttijd. De pompoenen zijn deze week van het land gehaald, opengesneden en ontpit. In lichtblauwe torens van plastic kuub-kisten staan de pompoenhelften nu klaar voor transport naar de fabriek. “Groente voor babyvoeding mag niet in houten kisten vervoerd worden. Ze zijn bang voor splinters”, zegt Tom Saat. Samen met zijn vrouw Tineke runt hij De Stadsboerderij, een gemengd biologisch-dynamisch bedrijf. Op 40 van hun 120 hectare akkerland verbouwen ze doperwten, sperziebonen, bloemkool, broccoli, pompoenen en wortels voor babyvoeding. De wortels zijn ook afgelopen maand geoogst en liggen in een enorme berg klaar voor verdere verwerking. Er zijn veel baby's nodig om dit allemaal op te eten.

Monsters

Tom en Tineke doen dan ook zaken met grote Europese producenten van babyvoeding, die de biologisch-dynamische groenten van De Stadshoeve gretig afnemen. Waarom hebben ook niet-biologische merken zoveel interesse in Demeter? Tom: “De regels voor babyvoeding zijn heel erg streng. De akkers mogen niet te dicht bij snelwegen en industrieterreinen liggen en de groenten mogen niet teveel nitraat bevatten. Voordat ik ga zaaien, worden mijn percelen bemonsterd en gecheckt op onder andere residuen van bestrijdingsmiddelen en zware metalen. Aan het eind van de rit wordt het nitraatgehalte in de geoogste gewassen gemeten. Uit ervaring weten ze dat Demeter schone percelen en producten heeft.” Hoewel de productie van babyvoeding extra administratie en aandacht vraagt, is Tom blij met deze afnemers: “Ze bieden afnamegarantie en goede prijzen.”

Extra waarborg

In de potstal liggen de witte Marchigiana koeien en stieren te soezen in het herfstzonnetje, dat door de windbreeknetten naar binnen schijnt. De dieren weten het zelf niet, maar zij zijn het geheim van de nitraatarme groenten. Zij zijn namelijk de schakel in de kringloop waarmee Tom zijn land in balans houdt. Tom: “Wij werken zoveel mogelijk met eigen mest en voeren de koeien met eigen geteelde grasklaver en granen. De grasklaver is tevens de basis in de vruchtwisseling. Daardoor kunnen we schaars met mest omgaan en zoveel mogelijk op oude krachten telen. Hoe minder mest je gebruikt, hoe lager het risico op teveel nitraat. De gesloten kringloop is overigens een extra waarborg voor onze afnemers dat we geen vervuilde grondstoffen inslepen.”

Natuurgegeven

Strenge regels voor babyvoeding, daar kan diëtiste en kwaliteitsmanager Diana Kroes van Joannusmolen over meepraten. Joannusmolen is al meer dan 25 jaar producent van biologisch-dynamische zuigelingen- en peutervoeding. Ze hebben het hele assortiment voor kinderen van 0 tot 36 maanden. Het begint bij pap en zuigelingenvoeding in pakken tot en met fruithapjes en groentemaaltijden in potjes. Sinds de start van het bedrijf is de vraag naar kant-en-klaar babyvoeding enorm gegroeid.

Diana: “Onze doelgroep bestaat uit mensen die bij voorkeur zelf de maaltijden voor hun kinderen willen koken. Maar door het toenemend aantal tweeverdieners en het feit dat gezinnen tegenwoordig makkelijker een dagje op stap gaan, is de vraag naar maaltijdpotjes toegenomen. Kookmelen hebben we uit het assortiment gehaald. Mensen willen vandaag de dag instantpap met een korte bereidingstijd.” Diana is betrokken bij de productontwikkeling en beoordeelt of de producten voldoen aan wetgeving en verplichte voedingswaarde. “Daarnaast is voor ons de natuurgegeven kwaliteit van belang”, aldus Diana. “Dat is de kernwaarde van ons bedrijf.”

Warme pap

Joannusmolen is een familiebedrijf en zowel vader als zoon zijn geïnspireerd door de antroposofie. Diana maakte tijdens haar opleiding voor het eerst kennis met deze voedingsleer. Diana: “Ik was gewend om met micro en macro ingrediënten te rekenen, maar volgens de antroposofische visie is voeding meer dan de som der delen. Dat geeft een andere benadering. Voor bijvoorbeeld hyperactieve kinderen adviseren wij warme pap: de warmte geeft rust. Ook de keuze voor ingrediënten is anders. Wij kiezen voor Demeter. Het groei- en rijpingsproces op de akkers bepaalt namelijk de vitaliteit van de gewassen.”

Hele graankorrel

Het moge duidelijk zijn dat Joannusmolen kwalitatieve ingrediënten inkoopt. Maar hoe behouden ze de vitaliteit tijdens de bewerking? Hoe krijgen ze de 'natuurgegeven kwaliteit' in een potje? Diana: “Op de eerste plaats gebruiken we het hele product. Onze melen worden bijvoorbeeld gemaakt uit de hele graankorrel. Bovendien voegen we geen suiker, zout en kunstmatige smaakmakers toe. Voor de maaltijdpotjes worden het fruit en de groente na de oogst zo snel mogelijk verwerkt. Ze worden gewassen, gesneden en de bladgroentes worden ingevroren zodat ze niet verleppen. In kookketels worden de groente en het fruit zachtjes gegaard met zo min mogelijk toegevoegd water. Dan wordt de voeding in potjes afgevuld. De gevulde potjes worden gepasteuriseerd bij 96 graden; dat is de laagst mogelijke temperatuur om het product lang houdbaar te maken. Het pasteuriseren gebeurt zo kort mogelijk.”

Kristallisaties

Tom Saat doet er alles aan om een vitaal product te telen en Joannusmolen probeert de vitaliteit tijdens de bewerking te behouden. Hoe kan je meten of de boer en de verwerker daarin geslaagd zijn? Machteld Huber, arts en onderzoeker van het Louis Bolk Instituut, kan daar nog geen officiële uitspraken over doen. “Ik kan over vitaliteit alleen iets wetenschappelijk erkends zeggen, via onderzoeksproeven met levende mensen en dieren die producten consumeren”, aldus Machteld. Toch houdt zij zich ook met een alternatieve meetmethode bezig: kristallisaties. Machteld: “Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, heeft een methode aangereikt om levenskrachten te meten.

Wij noemen dat ‘innerlijke structuur’. Als je een chemisch zoutmengsel (koperchloride) met daarin sap van een levend organisme laat uitkristalliseren, kan je aan het kristalpatroon de mate van structuur afmeten.” Het kristalpatroon lijkt op ijsbloemen, zoals dat na nachtvorst op ruiten kan ontstaan. Machteld: “Een duidelijk centrum, en mooi gevormde hoofdnaalden vanuit het centrum tot de rand, wijzen op een goede structuur. Met de computer kan je de verschillen tussen de patronen meten, maar de mens moet de interpretaties maken.” Staat deze structuur voor vitaliteit? En heeft Demeter-voeding meer vitaliteit? Machteld: “Er is meer vergelijkend onderzoek nodig om dat met zekerheid te kunnen zeggen. Persoonlijk denk ik van wel.”

Maximaal

Joannusmolen laat ook kristallisaties maken van hun eigen producten. Volgens deze kristallisaties blijft de vitaliteit behouden of is zelfs beter geworden na het pasteuriseren (zie afbeelding). Machteld legt uit: “Met koken voeg je warmte toe. Je kunt het zien als een voortgezet rijpingsproces waarmee de vitaliteit verder toeneemt. Met de magnetron forceer je warmte uit het product.” Joannusmolen heeft helaas geen vergelijkend onderzoek met regulier geteelde en verwerkte babyvoeding. Maar Diana Kroes zelf hoeft het bewijsmateriaal niet af te wachten: persoonlijk is ze al overtuigd. Voor haar zoontje van drie jaar kiest ze voor biologisch of biologisch-dynamische voeding. Diana: “Ik wil graag het maximale aan mijn zoontje geven. In een Demeter appel zit niet alleen calorische energie maar ook levensenergie. Met name baby's en kleine kinderen hebben deze levenskracht nodig om zelf te kunnen groeien en ontwikkelen. Ik ervaar dat ik een gezonde jongen heb. Dat is ook iets wat je overkomt maar met goede voeding kan ik zijn meegekregen gezondheid ondersteunen.”

Kristallisaties Joannusmolen

De bovenste kristalbeelden zijn van voor het pasteuriseren, de onderste beelden zijn na verhitting. Machteld: “De bovenste beelden hebben kristallen met fijne naalden. Dat duidt op een jong en nog wat onrijp gewas. Na de verhitting zijn de naalden grover. Dat zien we ook wanneer een product gerijpt is. Het is heel leuk om het resultaat van de verhitting te zien, want dat lijkt te tonen dat het rijpingsproces verder voltrokken is. Ik ga er vanuit dat één centrum en een regelmatige structuur een goede vitaliteit betekent. Het ras Rothild heeft zowel voor als na de verhitting één centrum. Dat duidt naar ik aanneem op een vitaal begin- en eindproduct.”

Nitraat

Het nitraatgehalte in groente kan stijgen door gebruik van een grote hoeveelheid (kunst)mest tijdens de teelt. Ook de zon heeft invloed. Hoe zonniger (meer licht) en warmer het is tijdens de teelt, des te beter kan de plant de stikstof uit de mest optimaal gebruiken voor de groei. Groente uit de wintermaanden (uit de kas) bevat daarom meer nitraat dan zomergroente van de volle grond. Ook het ras van de groente kan het nitraatgehalte bepalen. Nitraat kan in het lichaam de opname van zuurstof belemmeren. Daarom heeft de overheid voor enkele groenten (sla, andijvie, spinazie, rode biet) in de wet vastgelegd hoeveel nitraat er maximaal in mag zitten. Kinderen jonger dan zes maanden kunnen beter geen nitraatrijk voedsel eten. De groenten in potjes babyvoeding worden gecontroleerd op een laag nitraatgehalte. Meer info: www.voedingscentrum.nl.

Tekst & beeld: Annelijn Steenbruggen