Demeter in relatie tot Vegan

De markt voor biologische en biodynamische producten zit in de lift. Maar de belangstelling voor vegan gecertificeerde producten neemt wereldwijd nog veel sneller toe. Binnen het Demeter-keurmerk zijn er telers die onderzoeken in hoeverre er mogelijkheden zijn om de Demeter voorwaarden met de voorwaarden voor vegan te combineren. Hierover heeft onze Demeter Licentie Commissie zich onlangs -op basis van een individuele ontheffingsaanvraag van Demeter akkerbouwer Joost van Strien -  gebogen. Conclusie: vegan en Demeter zijn in onze huidige internationaal vastgestelde normen voor dit akkerbouwbedrijf niet te combineren. Dat is het korte antwoord. Maar omdat we veel raakvlakken en waardering hebben voor de betrokkenheid van veganisten bij zowel het nijpende klimaatvraagstuk en het dierenleed in de vee-industrie, vraagt dit een wat uitgebreidere beschouwing.

De rol van het dier in de biodynamische landbouw

De biodynamische landbouwmethode is van oudsher gebaseerd op een gemengd bedrijfssysteem, waarin landbouwdieren in het teken staan van de bodemvruchtbaarheid en de voedselkwaliteit. We brengen planten en dieren in cultuur. Dat doen we vanuit respect voor de integriteit/ de eigenheid van planten en dieren , de intrinsieke waarde. Dat betekent zo min mogelijk sleutelen aan natuurlijke eigenschappen en ruimte voor diereigen gedrag. Plant en dier staan in een continue wisselwerking van opbouw en afbouw, van in- uit-ademen onder regie van de mens/boer. De landbouwhuisdieren zetten plantaardig voedsel om in voeding voor de bodem. Zij doen dit op een snellere en volmaaktere wijze dan de (lagere) bodemfauna. Onze landbouwdieren krijgen veiligheid en verzorging terug voor hun rol als bodemverzorger. Onze boeren oogsten melk, vlees, eieren.

De uitwassen van de intensieve veehouderij en overmatige vleesconsumptie brengt een snel groeiende groep veelal jonge mensen ertoe om het dier volledig uit hun voedselpatroon uit te bannen en zich bij de vegan beweging aan te sluiten. Een statement waar we respect en waardering voor hebben. Er is urgentie voor nog veel grotere groepen mensen die weinig of geen dierlijke producten consumeren om de industriële intensieve veehouderij - met alle importen van krachtvoer en gebruik van chemie - drastisch terug te dringen, of nog beter achter ons te laten. Dat is nodig voor het beperken van klimaatschade, maar ook omwille van dierenwelzijn, onze volksgezondheid (zowel de negatieve effecten van hoge vleesconsumptie en extra risico op zoönosen/pandemieën vanuit intensieve veehouderij) en om de wereldbevolking te kunnen blijven voeden.

Toch zijn er sterke argumenten om de rol van herkauwers in een biodynamisch landbouwsysteem op beperkte schaal te blijven benutten. Op ongeveer 400.000 hectare veen en zware rivierkleigronden in Nederland kun je vrijwel alleen gras verbouwen. Als we de koeien als ruwvoeder wezen en herkauwer, op de juiste wijze voeren en de voortgebrachte mest op de juiste wijze composteren, krijgen we de meest leven-schenkende mest en zorgen we voor steeds meer koolstof in de bodem. Onderzoek toont ook aan dat dierlijke mest van eigen bodem, dus van dieren die gevoerd worden met eigen gewassen, het bodemleven ten goede komt. *

Nu is echter ongeveer 1.500.000 ha grond in ons land voor veeteelt bestemd (alle gronden voor importen van krachtvoer nog buiten beschouwing gelaten)  – waaronder dus een groot aandeel grond wat ook voor akker- en tuinbouw geschikt is - en maar rond 500.000 ha voor plantaardige voedsel voor de mens. Een halvering van de oppervlakte voor veeteelt, kan voor een verdubbeling plantaardige voedsel productie zorgen. Dat past in de biodynamische landbouwvisie. Een grondgebonden landbouw waarbij veeteelt in dienst staat van de akkerbouw en niet andersom. Zo levert een beperkte inzet van landbouwhuisdieren een positieve bijdrage aan het wereldvoedselvraagstuk. Dit is ook onderdeel van de vanuit WUR uitgebrachte toekomstvisie van hoogleraar Dierlijke Productiesystemen Imke de Boer. **

Klimaatrekenmodellen die zich nu vaak op de methaanuitstoot van koeien richten, laten vaak veel buiten beschouwing. De productie van kunstmest (waar veel aardgas voor nodig is) van chemie, transport van krachtvoer (met chemie geteeld). Rekenmodellen dienen uit te gaan van het ‘hele’ plaatje. Wie weleens in een BD bedrijf loopt met een strorijke potstal voor de runderen weet dat het daar heerlijk ruikt. (mede door gebruik van de compostpreparaten bij die een rol hebben in het reguleren van het composteringsproces om vervluchtiging te voorkomen) Geen scherpe ammoniaklucht, volop bodemleven, kruidenrijk grasland, meer planten en dieren. Dit draagt bij aan vermindering van de stikstofproblematiek verbetering van de luchtkwaliteit en behoud van biodiversiteit, waarvan de terugloop een even groot probleem vormt als de opwarming van de aarde.

Runderen stoten methaan uit. Dat is altijd zo geweest. De miljoenen bizons die vroeger de Amerikaanse prairies bevolkten en vruchtbaar maakten, deden het ook. Ver voor de toename van broeikasgassen. Er zal nog meer aan gerekend moeten worden. Ook de biodynamische landbouw is niet af, onze kringlopen zijn niet gesloten, dat kan ook niet zolang we de mens buiten beschouwing laten. Of en hoe met name fosfaat uit humane meststoffen in de kringloop weer kan worden benut, is nog volop in onderzoek. Maar het is onwaarschijnlijk dat nabootsing van natuurlijke evenwichten op een landbouwbedrijf een negatieve impact zal hebben op ons leefmilieu.

Wij zijn met de vegan beweging tegen de bio-industrie. De vleesproductie (vooral kippen en varkens, maar ook koeien) en consumptie moet drastisch worden teruggebracht. We kunnen ook als biodynamische sector wellicht ook nog meer werken met groenbemesters, maaisels uit natuurgebieden en ruime bouwplannen, zodat we met nog minder vee en dus dierlijke mest toe kunnen dan nu al het geval is. In die zin zijn experimenten om met meer plantaardige meststoffen zoals van Joost van Strien zeker relevant, alleen vanwege het uitsluiten van landbouwhuisdieren nu niet passend binnen het gedachtengoed en de daaruit voortvloeiende normen van ons internationale Demeter keurmerk. Binnen onze internationale beweging is overigens volop discussie en onderzoek gaande om over die rol van het dier vanwege het prangende klimaatvraagstuk verder na te denken. 

En er is nog meer huiswerk. Ondanks onze strenge normen bovenop de biologische regelgeving, zijn er nog flinke uitdagingen voor het versterken van kringlopen en het verbeteren van dierenwelzijn. Op veel bedrijven zoeken we bijvoorbeeld nog oplossingen om ook alle mannelijke dieren op een waardige manier te laten opgroeien. Inmiddels groeit bij onze Demeter legkippen nu wel voor elke hen ook een haan uit tot volwassenheid, zodat het doden van eendagskuikens niet meer verbonden is aan het eten van Demeter eieren. Ook bij andere veehouderij-systemen lopen initiatieven en experimenten voor opfok van mannelijke dieren. We willen verdergaande specialisaties van bedrijven voorkomen en zoveel mogelijk inzetten op het gemengde bedrijf.

De biodynamische landbouw wil graag in dialoog blijven met de vegan beweging, vanwege veel gedeelde waarden en zorgen over de klimaatontwrichting en dierenwelzijnsproblematiek. Groenten en fruit eten uit een biodynamisch bedrijfssysteem zou – ook zonder vegan logo - een alternatief kunnen zijn voor een veganistisch product uit een industrieel systeem, met kunstmest en chemie geteeld en bij vleesvervangers vaak ook nog eens sterk bewerkt.  

Bert van Ruitenbeek

(met dank aan meelezers Piet van IJzendoorn, Piet Korstanje, Jan de Wit, Tom Saat, Edith Lammerts van Bueren en Ruud Hendriks)

*

*Muhammed Imtiaz Rashid, Home field advantage of cattle manure decomposition affects the apparent nitrogen recovery in production grasslands. Journal Soil biology and biochemistry https://www.wur.nl/en/Publication-details.htm?publicationId=publication-way-343339303936

**WUR onderzoek Imke de Boer e.a.

https://www.wur.nl/nl/nieuws/Het-Nederlandse-voedselsysteem-in-2050-gezond-en-circulair.htm